Fysieke Beveiliging

Fysieke Beveiliging: de buitenwereld

Fysieke beveiliging is een onderdeel van informatiebeveiliging omdat alle bedrijfsmiddelen (naast een IT Beveiliging) ook fysieke beveiliging nodig hebben. Fysieke beveiliging is al veel ouder dan informatiebeveiliging. Traditionele voorbeelden zijn slotgrachten die bescherming tegen indringers boden – Fysieke beveiliging bestaat al sinds de Middeleeuwen.

In de meeste organisaties wordt de fysieke beveiliging geregeld door de facilitair manager. Deze gebruikt eigen methoden en technieken om fysieke beveiliging in te richten. De coördinatie tussen degene die verantwoordelijk is voor informatiebeveiliging en de facilitair manager is daarom van groot belang; beiden hebben verschillende verantwoordelijkheden.

In de wereld van de fysieke beveiliging wordt de OBE-matrix veel gebruikt. Dit staat voor:

  • Organisatorische maatregelen
  • Bouwkundige maatregelen
  • Elektronische maatregelen

De wereld van elektronische en fysieke beveiliging raakt steeds meer verweven. Waar vroeger toegang veelal met sleutels geregeld was, wordt steeds meer gebruik gemaakt van elektronische middelen (bijvoorbeeld passen). Fysieke beveiliging kan daarom niet langer los gezien worden van informatiebeveiliging.

Fysieke maatregelen model

Alle bedrijfsmiddelen vertegenwoordigen een bepaalde waarde. Afhankelijk van deze waarde worden dreigingen en risico’s geïdentificeerd en worden passende maatregelen genomen. Fysieke beveiligingsmaatregelen worden genomen om informatie te beschermen tegen brand, diefstal, vandalisme, sabotage, ongeautoriseerde toegang, ongelukken en natuurgeweld. Maar waar precies begint die fysieke beveiliging? Fysieke beveiliging begint niet op de werkplek, maar al buiten het pand waar de informatie is gehuisvest. De te beschermen bedrijfsmiddelen mogen niet eenvoudig bereikt kunnen worden. Onderstaand model geeft dit goed weer:

Dit model geeft vier verschillende niveaus van beveiliging:

  1. De publieke buitenring: De buitenring geeft de interactie weer tussen de buitenste vormen van de te beschermen bedrijfsmiddelen, zoals bijvoorbeeld hekken, muren, slagbomen en toegangspoorten.
  2. Het gebouw: Het pand vormt het tweede obstakel in termen van fysieke beveiliging. Er zijn verschillende manieren om openingen in dit pand te beschermen, zoals braakwerend glas, sloten en deuren. Ook camera’s kunnen hier van dienst zijn.
  3. De werkruimten: Werkruimten kunnen een eigen functie hebben en zullen dan ook apart beveiligd moeten worden. Extra aandacht moet hierbij besteed worden aan speciale ruimten, zoals magazijnen, serverruimten en gekoelde omgevingen.
  4. Het object: Met het object wordt het meest gevoelige te beschermen deel (bedrijfsmiddel) bedoeld. Deze kunnen beschermd worden met bijvoorbeeld kasten of zelfs kluizen, afhankelijk van de waarde.

Het bovenstaande model met vier ringen geeft een goede benadering van alle aspecten waar rekening gehouden mee kan worden bij het inrichten van fysieke beveiliging.

Deel via:
LinkedInTwitterFacebookGoogle+WhatsAppEmail
  • Nieuwsbrief
  • Je bent met verschillende projecten bezig en krijgt daarnaast frequent spoedklusjes of verzoeken of je ‘even’ ergens mee naar wil kijken. Je probeert alle ballen in de lucht te houden
  • Referenties
Scroll