Cloud: implicaties van een definitie

Cloud: slapeloze nachten?

Had onze CIO eindelijk een beetje volwassen IT omgeving, wordt zijn rust weer bruut verstoord door een fenomeen dat we ondertussen allemaal kennen: cloud computing. Stond de infrastructuur voorheen ‘lekker veilig’ binnen de eigen muren, beschermd door dure firewalls, nu moeten services plotseling ‘overal bereikbaar’ zijn.

En dan hebben we het nog niet gehad over de gebruikers, die vinden tegenwoordig overal altijd bij te moeten kunnen, liefst nog met een obscuur device dat door geen enkele organisatie ondersteund wordt. Een tablet ofzo… Biedt de cloud kansen en mogelijkheden, of alleen maar slapeloze nachten voor onze CIO?

Definitie van Cloud Computing

Om deze vraag goed te beantwoorden, zou het een goed uitgangspunt zijn als we allemaal op een lijn zouden zitten met onze definitie over de Cloud. Het is namelijk een nogal ‘vaag’ begrip, en het ligt er maar net aan met welke vendor je staat te praten welke definitie er geldt. Hoog tijd dus voor opheldering.

Het National Institute of Standards & Technology (NIST) definieert een cloud aan de hand van 5 karateristieken. De meest nauwkeurig definitie is, volgens mij, echter die van Thomas Erl, die iedere IT Service toetst aan 6 ‘Cloud Charateristics’ om te bepalen of een service ook werkelijk een cloud dienst genoemd kan worden.

1. On-demand usage

Een gebruiker moet, zonder tussenkomst van welke leverancier dan ook, diensten kunnen oproepen. Dit vraagt een hoge mate van automatisering.

2. Ubiquitous access

Een cloud dienst moet door beschikbaar zijn via een netwerk (meestal het netwerk) en kunnen worden ontsloten naar verschillende devices.

3. Mulitenancy

Een cloud dienst moet tegelijkertijd meerder gebruikers kunnen faciliteren binnen dezelfde cloud dienst.

4. Elasticity

Een cloud dienst moet makkelijk naar boven of naar beneden bijgeschaald kunnen worden. Dit kan zowel in de lengte (= betere capaciteit) als in de breedte (= meer capaciteit)

5. Measured usage

Meten is weten. Bij Cloud computing is het essentieel om te weten wie wanneer wat heeft afgenomen. Hier is (vaak) ook het verdienmodel op gebaseerd.

6. Resiliency

Een cloud omgeving moet zowel stabiel zijn als uitwijkmogelijkheden voor backup en restoring van services hebben (over verschillende geografische locaties).

De cloud implicaties van een definitie

Stel dat we met z’n allen deze definitie van ‘cloud computing’ zouden adopteren, dan heeft dat verstrekkende gevolgen. Om te beginnen kunnen 95% van de diensten die zichzelf op dit moment ‘cloud’ noemen op zoek naar een nieuwe naam. De meeste cloud diensten van dit moment zijn namelijk niets anders dan simpele ‘hosting’ activiteiten. Daar is niets nieuws aan en dat bestaat echt al heel lang. Het feit dat iets in een datacenter staat betekent nog niet automatisch dat iets cloud is.

Een tweede cloud implicatie zou zijn dat we ons meer op de gebruiker gaan richten (en dat zijn we, met uitzondering van Apple, als IT organisaties niet gewend). On-demand usage betekent namelijk dat voor gebruikers heel duidelijk moet zijn hoe iets werkt, wat het kost, en wat het kan. En dat allemaal zonder tussenkomst van een leverancier. Ook het feit dat automatisch moeten kunnen schalen (elasticity), heeft als grondslag een wens van de gebruiker.

De derde, en meest moeilijke, implicatie is dat we in de komende jaren nog een sterke focus zullen moeten houden op techniek. Automatisch gebruik en schalen (on-demand usage en elasticity) zonder tussenkomst van mensen is namelijk technisch nog helemaal niet zo eenvoudig. Laat staan dat iedereen overal bij moet kunnen, onafhankelijk van het device dat gebruikt wordt (ubiquitous access). En met al deze wensen van de gebruikers moet er ook nog een omgeving staan die stabiel is met uitwijkmogelijkheden (resiliency). Technisch is het allemaal mogelijk, maar makkelijk is het zeker niet.

Voor onze CIO? Voolopig nog even slapeloze nachten…

Deel via:
LinkedInTwitterFacebookGoogle+WhatsAppEmail