ASL® Applicatiemanagement

Wat is ASL® Applicatiemanagement?

ASL® is als ‘public domain’ standaard hét proces framework voor applicatiemanagement. ASL® ondersteunt u bij het inrichten van applicatiemanagement in uw organisatie. De best practices van ASL®, die te vinden zijn op de website van de ASL® BISL® Foundation, helpen u bovendien om dat efficiënt te doen. ASL® is ook een kennisnetwerk. Door het delen van kennis en verspreiden van best practices heeft zich een kennisnetwerk ontwikkeld, met als doelstelling het professionaliseren van het applicatiemanagement.
 ASL® sluit aan op andere frameworks zoals BISL® (voor businessinformatiemanagement) en ITIL®.

ASL® heeft de volgende drie hoofddoelen:

  • Om een resultaatverantwoordelijke en proactieve applicatiemanagementorganisatie te zijn, moeten er uitvoerende, sturende en richtinggevende processen worden uitgevoerd.
  • De uitvoerend en sturende processen bewaken stabiliteit, continuïteit en de aansluiting bij het bedrijfsproces van de klant en de afspraken met de klant. De richtinggevende processen zorgen voor een ijking op langere termijn.
  • De pijlers van applicatiemanagement zijn servicegerichtheid en materiedeskundigheid (aangaande het proces van de klant).

Het ASL® Framework en procesmodel

Het ASL® framework kent zes clusters van processen (zoals hieronder beschreven). Ieder procescluster bevat een aantal processen. De processen in een cluster hebben bij uitvoering een nauwe samenhang. Tevens realiseren de processen in een procescluster een duidelijk afgebakende doelstelling:

Er zijn zes procesclusters:

  1. Beheer
  2. Onderhoud en vernieuwing
  3. Verbindende processen
  4. Sturende processen
  5. ACM (Applications Cycle Management)
  6. OCM (Organization Cycle Management).

De verschillende procesclusters worden hieronder kort beschreven:

1. Beheer

Het uitvoerende niveau kent een drietal procesclusters. Allereerst is er het cluster ‘beheer’ binnen a pplicatiemanagement. De doelstelling van het cluster beheer is ervoor te zorgen dat de applicaties, zoals deze er nu zijn, optimaal worden ingezet ter ondersteuning van het bedrijfsproces met een minimum aan middelen en verstoringen in de operatie. Uiteindelijk ligt hier de feitelijke doelstelling van de applicaties: ze zijn ontwikkeld en onderhouden om gebruikt te worden. De applicaties moeten dus ‘draaien’ en prettig werken.

2. Onderhoud en vernieuwing

Daarnaast is er het procescluster onderhoud en vernieuwing. Organisaties veranderen en daardoor veranderen de behoeften die gesteld worden aan een applicatie. Applicaties worden daarom aangepast. Doelstelling van dit procescluster is ervoor te zorgen dat de applicaties aangepast worden aan de veranderende wensen en eisen als gevolg van veranderingen in omgeving en proces. Het resultaat is dat de applicaties in de nabije toekomst optimaal het bedrijfsproces blijven ondersteunen. In deze processen worden dus de noodzakelijke aanpassingen aan programmatuur, documentatie en gegevensmodellen van de applicaties aangebracht. Dit ‘onderhoud’ kan kleinschalig zijn (zoals correctief onderhoud), maar ook bijzonder grootschalig, zoals een vernieuwing van het systeem waarbij grote delen van het systeem opnieuw worden gemaakt.

3. De verbindende processen

De voorgaande procesclusters staan niet volledig los van elkaar: ze hebben een nauwe relatie, onder andere omdat ze op dezelfde applicatieobjecten werken. Complicerend daarbij is dat in diverse situaties verschillende versies van applicaties of applicatiecomponenten op verschillende plaatsen en eventueel ook op verschillende platformen gebruikt kunnen worden. Niet alle afnemers van een component of een pakket gebruiken dezelfde versie. Ook hebben afnemers van componenten in de regel pakketten of componenten van meerdere leveranciers in productie en zijn er op een infrastructuur ook producten van verschillende applicatieleveranciers te vinden.

De synchronisatie en afstemming tussen het cluster beheer en het cluster onderhoud/vernieuwing is daarom belangrijk. Programmatuur en data worden vanuit onderhoud en vernieuwing via de verbindende processen in beheer gebracht. Door de complexere relatie tussen applicaties en infrastructuur is het belang gegroeid om deze synchronisatie goed te organiseren. Er zijn twee processen, die deze afstemming regelen.

4. Sturende processen

Het cluster sturende processen zorgt ervoor dat de genoemde procesclusters integraal gestuurd worden. De sturende processen gaan dus over het beheer en onderhoud heen. De doelstelling van dit cluster is het bewaken dat de bestaande activiteiten conform doelstellingen, afspraken en gekozen strategie worden uitgevoerd.

5. ACM (Applications Cycle Management)

Organisaties innoveren en informatievoorzieningen en applicaties moeten ook innoveren en vernieuwen. De groeiende behoefte om vanuit de bestaande situatie te groeien naar een nieuwe is in paragraaf 2.4.4 al toegelicht. Bedrijfsprocessen en organisaties veranderen en over langere tijd kunnen er structurele verande- ringen in optreden. Applicaties zijn gebouwd met een bepaalde structuur, technologie en uit- gangspunten en deze kunnen verouderen. Vaak verdwijnt de validiteit van deze uitgangspunten in de tijd. Ook de technologie veroudert en er ontstaan andere eisen hieraan. Door vroegtijdig deze structurele veranderingen en tekortkomingen te signaleren, kan er vroegtijdig op geanticipeerd worden. Daardoor kunnen potentiële of toekomstige knelpunten in de informatievoorziening en de informatiesystemen voorkomen worden.

Het cluster ACM, Applications Cycle Management kent als doelstelling het vormgeven van een langetermijnstrategie voor de verschillende applicatieobjecten in het geheel van de informatievoorziening van één of meerdere organisaties. Door het uitvoeren van ACM wordt de geschiktheid van applicaties en applicatielandschappen voor de toekomst vroegtijdig bepaald, zodat organisaties niet in de situatie komen dat de informatievoorziening veranderd moet worden in een grote bigbang met grote risico’s.

6. OCM (Organization Cycle Management)

Gesignaleerd is ook dat proactiviteit en innovativiteit in de te leveren dienstverlening een kritische eigenschap wordt. In deze tijd van flexibilisering is het niet meer vanzelfsprekend dat een ICT-leverancier het applicatiemanagement blijvend zal verzorgen en dat de bestaande dienstverlening vanzelfsprekend gecontinueerd wordt. De gebruikersorganisatie kan overstappen naar andere leveranciers en dit geldt ook voor de dienstverlening van een interne applicatiemanagementorganisatie. Een voorbeeld ervan is offshoring.

Daarnaast zijn er veel vrijheidsgraden in de dienstverlening, die applicatiemanagement kan leveren. Daarom moeten er keuzes gemaakt worden. Binnen OCM, Organization Cycle Management, worden keuzes gemaakt over wat de dienstverlening van de applicatiemanagementorganisatie moet zijn op langere termijn en wat de maatregelen moeten zijn om ervoor te zorgen dat de organisatie dit dan ook kan.

Het cluster OCM kent als doelstelling het ervoor zorgdragen dat invulling wordt gegeven aan het beleid en de toekomst van de serviceorganisatie. In OCM wordt de toekomstige dienstverlening van de serviceorganisatie (de applicatiemanagementorganisatie) bepaald en vertaald naar beleid en maatregelen.

Deel via:
LinkedInTwitterFacebookGoogle+WhatsAppEmail
  • Nieuwsbrief
  • Het Service Automation Framework is een nieuw framework voor het ontwerpen en uitrollen van geautomatiseerde services en dienstverlening. Pink Elephant is de eerste opleider die de Service Automation Framework training
  • Referenties
Scroll